EINDHOVENS DAGBLAD Paul Wouters, februari 2000
Thé Lau blijft geloven in de
rockformule van The Scene. Toch heeft hij even genoeg van
ongeïnteresseerde branieschoppers in lawaaierige
biertenten. Vandaar koos de zanger, gitarist en sinds
kort ook auteur enkele jaren geleden voor een Jacques
Brel-achtig theaterprogramma samen met Dante Oei op
toetsen. Zaterdag trad hij op in 'De Schalm' in Veldhoven.
"Langgerekte biertenten met bars van zestig meter
aan beide kanten, hoeven van mij niet meer", zegt Thé
Lau tijdens het verwisselen van zijn gitaarsnaren. De
zanger en gitarist geeft zijn snaren een levensduur van
drie optredens. Het geeft aan hoe zorgvuldig de
Amsterdammer met zijn theaterprogramma omgaat. Hij wil
voortaan alleen met The Scene spelen voor echte
liefhebbers."Ik vermijd de dorpen, waar één keer
per jaar een feesttent het hoogtepunt is van het jaar. Je
speelt dan voor tweehonderd fans. De rest komt alleen om
te drinken en te schreeuwen. Ik heb dat wel gezien."
Lau geeft toe dat het
leven met The Scene niet altijd even gemakkelijk is.
"Ja, er zijn irritaties. De één wil een
koerswijziging, de ander niet. Verder gaf het geflopte
album veel ellende. Het lijkt op een voetbalpartijtje.
Als je verliest, wordt er veel gekankerd en gezocht naar
de schuldige. De zwartepiet wordt dan snel naar mij
geschoven. Ik geef volmondig toe dat ik me de kritiek
aantrek. Ik voel me nu eenmaal verantwoordelijk. Toch lag
het aan de platenmaatschappij. Het album werd niet
gepromoot." Welke platenmaatschappij? "Philips",
glimlacht Thé Lau. "Nee, het was de Philips-dochter
PolyGram, die inmiddels in handen is van een Canadees
whiskymerk. Jan Timmer vond dat je naast CD-spelers ook
CD's moest verkopen. Wat Boonstra betreft was er geen
plaats voor de core-business. We zijn overigens inmiddels
met anderen in zee gegaan."
BOEK
Thé Lau is een belezen persoon. In de verloren
uurtjes heeft hij zelf inmiddels zijn eerste boek
voltooid, dat begin maart verschijnt. Een fragment over
zijn ziekelijke moeder: 'Ik kijk haar in de ogen, die
waterig zijn, maar in het midden een felle pupil dragen,
als een gifkikker op een slap blad, drijvend op het water
van een diepe, donkere vijver. Strijdvaardig. Gitzwart,
temidden van waterig blauw. Gewend nu om naar het
verleden te kijken, dat als een oude plant voortdurend
bedruppeld moet worden, of is het de blik. Het doet er
niet mee toe'. "De uitgever vond het heel goed",
zegt Lau bescheiden. Hij lijkt geen grote prater. Ook
niet tijdens het concert: "Ik gebruik voor het
contact met het publiek nooit van tevoren bedachte
bindteksten. Als ik humoristisch improviseer word ik door
de crew spottend Toon Hermans genoemd. Gisteravond hadden
we in Steenwijk een zeer bijzondere avond omdat de stroom
uitviel. We hebben het concert toen met een paar honderd
waxinelichtjes puur akoestisch afgemaakt. Ik doe de
dingen op mijn eigen manier, en laat me niet meer leiden
door anderen. Als je de zaken niet intens aanpakt, wordt
het een slepende bedoening. Ik heb met dit
Nederlandstalig programma met groot succes in Parijs
gestaan. Daarmee heb ik het bewijs geleverd dat teksten
geen hoofdrol spelen. Verder houd ik me niet meer bezig
met promotionele onzin. Ik bedoel daarmee een playback-TV-opname
van drie minuten waarmee je de hele dag kwijt bent. Het
muziekprogramma 'De Vrienden Van Amstel' kan bij mij door
de beugel vanwege de ongedwongen sfeer. Ik ben alleen
niet kapot van die zogenaamde gezellige finale. Daar
weiger ik dus aan mee te doen." «
[Media]
|