FRET Tiemen Koopman, 1998
"De afgelopen jaren waren we een soort
showband geworden. We luisterden absoluut niet meer
kritisch naar onszelf." Aan het woord is Thé Lau,
zanger, gitarist en componist van The Scene. Een
solotournee in het theater en de muzikale samenwerking
met de nieuwe toetsenist Dante Oei deden hem de oren
openen. De muziek moest simpelweg beter en subtieler
worden. Lau ging zelfs op zangles om het goede voorbeeld
te geven. Het resultaat is 'Marlene', een romantisch
album waarop violen de boventoon voeren.
In huize Lau krijgen we
een voorproefje van het nieuwe album. En inderdaad klinkt
The Scene als herboren. Lau zingt beter dan ooit, een
ware crooner in de traditie van Tom Waits. De muziek valt
op door een frisse aanpak. Er wordt volop gebruik gemaakt
van drumloops, samples en originele
strijkersarrangementen, zonder de bekende Scene-sound
geweld aan te doen. Na het uitbrengen van hun laatste
album 'Arena' in 1996 ("een stuurloos project",
meent Lau nu) leek The Scene een stille dood te sterven,
maar met 'Marlene' laat de groep horen dat zij nog
springlevend is. Bijna twintig jaar na de oprichting
geeft Lau te kennen dat als het aan hem ligt het
Nederlandse en het Vlaamse publiek nog lang niet van The
Scene af is.
"Ik vind dat
Nederlandse bands te snel uit elkaar gaan", zegt hij
in zijn Amsterdamse stamcafé in het westelijk
havengebied. "Al moet ik toegeven dat ik op een
gegeven moment wel even met dat idee heb rondgelopen. Het
succes liep duidelijk terug. We speelden voornamelijk nog
in feesttenten met de kermis ernaast. Om de housemuziek
van de schiettent te overstemmen, gingen we steeds harder
spelen. Ik hoorde absoluut niet meer wat ik deed. Toen ik
met die solotournee langs de theaters trok, hoorde ik
mezelf voor het eerst weer zingen. Belachelijk natuurlijk.
Sommige nummers waren mooier dan als ik ze met de band
speelde. Dat moet natuurlijk andersom zijn."
CHAGRIJN
Inmiddels waren de opnamen voor de nieuwe plaat
begonnen, maar het resultaat was volgens Lau niet goed.
"We hadden een paar nummers opgenomen en die klonken
verschrikkelijk. Dat kwam ook door de slechte sfeer
binnen de groep. Het chagrijn straalde ervan af. Toen heb
ik besloten opnieuw te beginnen en het helemaal anders te
doen. Iemand die daarin een belangrijke rol heeft
gespeeld is Dante Oei, onze nieuwe toetsenist. Drie jaar
geleden heb ik hem ontmoet. Hij studeerde toen nog aan
het conservatorium en om wat bij te verdienen paste hij
thuis bij mij op. Ik liep met het idee rond om voor
'Marlene' strijkers te gebruiken en vroeg of hij daarvoor
de arrangementen wilde schrijven. Dat wilde hij wel.
Dante werkt vanuit een klassieke benadering en zijn
partijen wijken nogal af van wat gebruikelijk is in de
popmuziek. Ik vind dat zelf erg mooi. Hij doet de dingen
instinctief zoals ik ze ook wil. Daardoor is er veel meer
rust in de band gekomen."
Rust die blijkbaar ontbrak
toen Otto Cooymans nog de toetsenpartijen voor zijn
rekening nam. Lau en Cooymans bleken muzikaal niet meer
op één lijn te zitten en laatstgenoemde moest het veld
ruimen. "Erg onrechtvaardig", zegt Lau nu.
"Achteraf gezien had Otto al veel eerder door dat
het met The Scene de verkeerde kant op ging. In een band
zijn de drummer en de bassist de mensen die het hardst
moeten werken en Otto was altijd een plaag voor de
ritmesectie. Hij was nog niet uit de band of ik ging
hetzelfde doen." Toch heeft Lau geen spijt van de
bezettingswisseling. "Met Otto ging het niet meer.
Ik dwong hem om dingen te spelen die hij niet wilde."
ZANGLES
Vanaf het moment dat Dante zijn intrede deed,
luidde het parool: beter worden. "Aan het begin van
een repetitie speelde hij op een gegeven moment een paar
maten van een sonate van Beethoven. 'Ga eens verder?',
vroegen we hem. Vervolgens hoorden we een klassiek stuk
dat niemand van ons kan spelen en realiseerden we ons
plotseling dat je daarvoor moet werken. Bij Nederlandse
bands heerst vaak de misvatting om streetcredibility
te verwarren met niet goed kunnen spelen. Dat komt door
al die Engelse en Amerikaanse bands die hun techniek
altijd meesterlijk weten te verbergen. Zelf zal hij het
niet toegeven, maar ik weet toevallig dat zelfs Johnny
Rotten ooit zangles heeft genomen."
Iets wat Lau sinds enige
tijd zelf ook doet. "Tijdens de optredens in het
theater hoorde ik mezelf zingen en kwam ik tot de
conclusie dat ik geen geweldige zanger ben. Beter laat
dan nooit, dacht ik." Ook drummer Jeroen Booy vond
dat hij nog wel wat kon leren en ging eveneens op les.
"Mede door Dante nam iedereen de muziek plotseling
een stuk serieuzer. je merkte dat bijvoorbeeld bij de
Marlboro Flashback-tour; iedereen ging zijn partijen noot
voor noot uitzoeken. Wij zijn altijd beschouwd als één
van de beste livebands van Nederland, maar zelf had ik
dat gevoel al tijden niet meer. Nu weer wel. In 1991
hebben we op Torhout/Werchter gespeeld en toen konden we
ons met vrijwel alle andere acts meten. Dat zou nu weer
moeten gebeuren. Ik zou daar nu zo weer durven spelen,
zelfs als hoofdact."
AGRESSIEF
Op 'Marlene' worden de strijkerspartijen
gespeeld door het strijkkwartet van het BRT-Orkest. Live
zullen de violen waarschijnlijk meestal uit de
synthesizer komen. "In Brussel hebben we laatst een
optreden gedaan met tien strijkers. Daar hebben we geen
cent aan overgehouden, maar het was wel ontzettend leuk.
Iedereen zat op het puntje van z'n stoel. Ik ga me nu
verheugen op de paar keer dat we dat weer kunnen doen.
Het hangt ervan af hoe de plaat wordt ontvangen. In ieder
geval gaan we op 27 juni in Den Haag, de avond voor
Parkpop, een concert doen met het Residentie Orkest."
Aan het eind van het gesprek wil Lau nog graag kwijt dat
er tegenwoordig zoveel leuke muziek wordt gemaakt. "Dan
bedoel ik Engelse dance, de Cubaanse muziek en zelfs een
aantal nummers in de hitparade. Een jaar geleden waren de
Smashing Pumpkins nog een megahit. Ik vond dat toen best
goed, maar er knaagde ook altijd wat. Is dit nu de
toekomst? Hun houding was zo negatief en agressief. Dat
hoor ik nu pas. Veel muziek van dit moment heeft de
uitstraling van: kom op, we gaan ervoor! Dat is veel meer
mijn stijl." «
[Media]
|